Werksters
Een gemiddeld nest van de kale rode bosmier bestaat uit
600.000 werksters, die in 1 jaar 6 miljoen insecten vangen
op een vlak van 52 x 52 m. Van deze prooidieren is ruim
40% schadelijk voor de bosbouw. Een prooi wordt gebeten
en vervolgens wordt de wond bespoten met mierenzuur.
De prooien zijn leveranciers van eiwitten voor de larven.
Voor de werksters zijn de uitwerpselen van luizen, die
veel suikers bevatten en honingdauw wordt genoemd,
een energierijke voedselbron. Door het melken van de
luizen voorkomen de mieren dat deze stof op de bomen
terecht komt en de bladeren bedekt worden met een
glanzende laag. Een andere plantaardige bron is de
zoetige afscheiding op nog opgerolde varens. Ook
mierenbroodjes zijn een welkome voedselbron. Dit zijn
zaadknobbels van de stinkende gouwe, het welriekende
viooltje of de rankende helmbloem.
Soorten
In Nederland komen in totaal 62 soorten mieren voor.
Ons onderzoek beperkt zich tot de rode bosmieren met
hun opvallende, koepelvormige nesten. De rode bosmier
is in de Flora- en Faunawet opgenomen als beschermde
inheemse diersoort. De soort is van belang als regulator
van bosecosystemen. De nesten zijn microhabitats voor
talrijke soorten ongewervelden en een belangrijke voedsel-
bron voor spechten (vooral de groene specht). Niet minder
dan 50 soorten dieren maken gebruik van een mierennest.
De rode bosmier leent zich uitstekend voor de
monitoring
van natuurgebieden zoals de Deurnese bossen.
Inventarisatie
In 2004 zijn alle mierennesten van de rode bosmieren in de
gemeente Deurne geinventariseerd. In heel Deurne werden
236 nesten gevonden.
Dit jaar gaan wij opnieuw de bossen in en struinen dan
door de natuur. Wij doen dat buiten het broedseizoen.
Wil je meedoen aan dit onderzoek ?